5. Chris en Selma verkennen het huis en krijgen een cadeautje

 Chris en Selma proberen zo goed en zo kwaad als het gaat het huis wat meer bewoonbaar te maken. Ondanks het vuil en ondanks dat alles versleten is, zijn ze heel blij met hun nieuwe huis. Het is zo ruim en het ligt in een prachtige natuur. 

Het heeft allemaal alleen een verfje nodig. Maar voorlopig hebben ze nog geen geld voor verf. 

"Wat moeten wij met zo'n berg appels doen? " vraagt Chris, "Ik hou niet eens zo van appels."

"Appelmoes, appeltaart, appelflappen, zoiets?"

"Weet jij dan hoe dat moet?"

"Nee maar er staan kookboeken in de kast. En ook boeken over een moestuin aanleggen. En over autoreparatie. Als die ouwe roestbak nog te repareren is, het ziet er wel erg sloopwaardig uit." 

Er staan overal foto's van vreemde mensen in huis. 

"Wie zouden dat allemaal zijn? Familieleden van Gerda?"


"Ik vind het eigenlijk wel een beetje raar om te slapen onder de foto's van mensen die ik niet eens ken."

Ze besluiten alles toch nog maar even te laten zoals het is. Later kunnen ze alles meer naar hun eigen smaak inrichten, als ze wat geld verdiend hebben. 

Er is een kamer met een naaimachine. "Dit wordt later de kinderkamer!" zegt Chris. Kinderen in dit vochtige huis? Daar wil Selma nog maar even mee wachten. 


 Selma gaat de schuur verkennen. En wat blijkt? Er staat een fiets! Ze hebben vervoer! 

Een fiets met plastic bloemen. Die is natuurlijk van Gerda geweest. De banden moeten worden opgepompt, verder lijkt hij wel in orde. 

Er staan heel veel dozen in de schuur. Wat zou daar allemaal in zitten? Een werkbank met gereedschap is er ook. Eerst hadden ze helemaal niets, en nu hebben ze ineens heel veel. Er valt nog veel te ontdekken.  

En wat staat hier voor een raar antiek ding? Is dat een telefoon? 

Hoe werkt dat? Er zit geen schermpje op. 

Op dat moment begint het apparaat te rinkelen. Chris pakt de hoorn op en krijgt Maggie aan de lijn. 

Ze wil weten wat hij bedoelt met een tikkie. Na wat heen en weer gepraat begrijpt ze dat ze willen betalen voor de boodschappen. "Oh nee, geen sprake van. Dit is ons welkomstgeschenk. Welkom in de buurt! We hopen dat jullie hier heel gelukkig zullen worden. En als we ergens mee kunnen helpen, dan roep je maar hoor, we wonen aan de overkant."

Wat een aardige mensen! 

In de tuin staat een vreemde roestige kuip. Het blijkt een soort van primitieve jacuzzi te zijn. Chris vult hem met water en steekt het vuurtje eronder aan. Selma besluit er meteen even in te gaan, ze is moe van het poetsen en opruimen en dit lijkt haar wel ontspannend. 


Ze zit heerlijk met haar ogen dicht in het warme water. Wat een luxe! Dit is helemaal van ons! 

En dan komt er ineens iemand naast haar zitten. Het is Kees. 

"Je mag niet plassen in bad hè?" zegt hij. 

Selma weet niet hoe snel ze het water uit moet. 

Ze kleedt zich aan en hoort Chris roepen: "Kijk eens wat Kees voor ons heeft meegenomen?"

"Die zwarte heet Brutus en die gevlekte is Lucretia. We mogen ze houden en we kunnen ermee fokken. Kees heeft ook voer meegebracht, dus voorlopig hebben we geen kosten."

"Maarre... zijn ze niet een beetje erg groot?"

"Ja maar dat is juist fijn, het zijn goede waakhonden." 

Nou, een waakhond kan Selma wel gebruiken, ze griezelt van de nieuwe buurman. Maar dan ziet ze hem met de honden en beseft dat dat niet gaat werken. 

Tegen Kees zullen ze haar niet beschermen... 

Maar het zijn vriendelijke honden, ze voelen zich meteen thuis. Voorlopig wonen ze in de schuur. 

Zouden ze niet te verschillend zijn om mee te fokken? Hoe zouden de puppies eruit gaan zien? 

In ieder geval kunnen ze die avond in een schoon bed slapen en dat is wel zo comfortabel na al die tijd op de bank slapen. Eerst bij Selma's moeder en toen hier in dit huis. 












 

4. De familie Turf aan het ontbijt

Bij de familie Turf worden de nieuwe buren besproken. 

"Wat zijn het voor mensen, Gerrit?" vraagt Maggie. 

"Jongelui uit de stad die van toeten noch blazen weten." zegt Gerrit. "Ik denk niet dat die het hier gaan redden, zeker niet nu de winter al voor de deur staat. Ze hebben geen idee waar ze aan beginnen. Ze willen honden gaan fokken en hun eigen eten verbouwen. Ze hebben niet eens een kas. In de sneeuw zal er niets groeien. Stel je voor, ze kwamen hier aan en ze hadden niets bij zich, alleen twee kleine koffers met kleren. Het is maar goed dat ik ze opgepikt heb, anders zouden ze verhongeren. Die zijn binnen een maand weer vertrokken."

"Maar dat zou heel jammer zijn," zegt Maggie, "ze zijn van Keesje's leeftijd, het is niet goed voor die jongen om altijd tussen de oude mensen te zitten. We moeten ze een beetje op weg helpen. Zei je niet dat ze hondjes wilden gaan fokken? Kees, breng jij vanmiddag Brutus en Lucretia maar naar ze toe. Dat zijn goede waakhonden. "

"Die mevrouw is zooo mooi! Ze heeft zulke mooie haren. Ik mocht er niet aanzitten, zei ze. Maar misschien wil ze wel met me trouwen, ik ga het morgen vragen, als ik durf," zegt Kees. 

"Kees! Die mevrouw is getrouwd, die heeft al een man. En je mag niet aan haar komen. Zul je je wel gedragen? Zo heb ik je niet opgevoed! En als je die honden brengt, vraagt dan meteen wat ze bedoelt met dat tikkie of blikkie, want ik kan niets bedenken wat dat zou kunnen zijn. Misschien een stadse term die wij hier niet kennen. En Gerrit, regel jij dat er iemand komt helpen met die oude auto van Gerda, ze hebben vervoer nodig en dat ding ligt helemaal uit elkaar."




 

3. Het nieuwe huis

Inmiddels is het helemaal donker. Ze komen aan bij de boerderij van Gerrit. Hij gaat naar binnen en komt even later terug met een pannetje. "Alsjeblieft, dan heb je vanavond wat te eten. Alleen even opwarmen, zegt Maggie. En morgen stuurt ze Keesje langs met wat boodschappen voor jullie."

Wat verder op de weg zou dan het nieuwe huis moeten staan, maar ze zien niet veel in het donker. Ze bedanken Gerrit hartelijk en bij het licht van hun telefoons lopen ze de oprijlaan op. Het huis ziet er uit of het wel een likje verf kan gebruiken. 

De sleutel ligt onder een bloempot. De deur gaat knarsend open en een onprettige geur komt hen tegemoet. Binnen is het klammig en overal hangen spinnenwebben. Selma drukt op alle lichtknopjes maar het blijft aardedonker. Gelukkig zijn er wel overal kaarsen. In de keukenla vinden ze een doosje lucifers en na lang proberen blijft er eentje branden. Selma probeert het gas aan te steken. Eerst komt er een steekvlam, maar dan gaat het toch eindelijk branden. 

"Wat zou erin zitten?" vraagt Chris, "Gebakken stinkdieren? Ratten?"

"Het ruikt anders best lekker," zegt Selma. 

Bij kaarslicht eten ze hun eten, van ietwat stoffige bordjes, want er blijkt ook geen water uit de kraan te komen. Maar het smaakt verrassend goed, dit stoofpotje van hertenvlees van de buren. 


Het lukt Chris om de kachel aan de praat te krijgen en dan voelt het al wat prettiger aan. 

"Morgen gaan we de hoofdschakelaar zoeken, laten we nu maar eerst gaan slapen," zegt Selma. Ze is zo moe. Het bed in de slaapkamer blijkt echter zo stoffig dat ze besluiten maar op de bank te slapen. Bij de kachel is het ook wel zo behaaglijk. Alles is koud, klam en stoffig. 


 De volgende morgen wordt Selma wakker. Alweer met kramp in haar rug. Maar ze besluit om straks alles goed te luchten en een grote schoonmaak te houden. Chris is nergens te vinden. Misschien is hij al op zoek naar de hoofdschakelaar? 

Selma loopt naar de keuken en schrikt zich een ongeluk. Er staat een grote vreemde man in de keuken. Het blijkt "Keesje" te zijn. 

Kees staart haar aan op een manier die knap ongemakkelijk voelt. Maar de mand is gevuld met heel veel boodschappen. Vers brood, kaas, ham, spek, eieren, meel, suiker, zout, en er is ook een grote mand met appelen.

"Ma vraagt of je nog meer nodig hebt," zegt Kees. 

"Nee, dank je wel, dit is geweldig! Vraag je moeder maar om een Tikkie te sturen." 

Zonder verder iets te zeggen loopt Kees weg. 

Selma doet een deur open en komt in een ruimte waar een wasmachine en een droger staan. Er moet dus toch echt wel stroom zijn in dit huis. De grootste verrassing is wel dat er een enorme voorraad blikjes en potten staat. Ook de kasten staan vol. Er is dus genoeg te eten voorlopig, dat is al een zorg minder. 

Ze hoort buiten Kees druk praten en neemt een kijkje wat er aan de hand is. Maar wat blijkt? Kees staat tegen een boom te praten. Het schijnt een geanimeerd gesprek te zijn. Wat een rare snuiter. 

En daar is Chris. Hij vraagt aan Kees waar de hoofdschakelaar is. 

Dat weet Kees gelukkig wel. In de schuur is een kastje en zowaar, even later is er licht. En water ook. Selma gaat meteen aan de schoonmaak. 

Eerst maar eens die vieze keuken onder handen nemen. En het bed moet afgehaald, alles moet gelucht, en waar is Chris als je hem nodig hebt? Ze kijkt uit het raam. Chris staat te vissen. Dat heeft nu niet echt de eerste prioriteit. 

"Chris! Ik heb je hier nodig!" 

Chris komt eraan. "We moeten toch eten vanavond? Ik dacht, ik vang even een visje. Er stond een hengel in die schuur. Maar ze willen nog niet erg bijten. " 

"Kom eens kijken, we hebben voorlopig genoeg te eten. Zullen we eerst maar eens ontbijten? En dan moeten we echt alles eens goed schoonmaken, zodat we vanavond een beetje beter kunnen slapen." 

Ondertussen is Kees weer naar huis gegaan. "En, heb je gevraagd of ze verder nog iets nodig hebben?" vraagt zijn moeder. 

"Ja, die mooie mevrouw wil een tikkie, zei ze," zegt Kees. 

"Een wat? Een blikje misschien? Met wat erin dan?" Maggie snapt er niet veel van. Wat hebben die stadse mensen toch een rare dingen. 


2. Aankomst in Zilvermeer

Na een lange bus- en treinreis komen Selma en Christoffel aan in Zilvermeer. Ze stappen uit de bij de enige bushalte, die middenin een bos blijkt te staan.

"Ik ga een taxi bellen," zegt Chris. Hij kijkt op zijn telefoon en ontdekt dat hij geen bereik heeft. 


 "Misschien kunnen we er naartoe lopen," zegt Selma, "de koffers zijn niet zo heel zwaar. Welke kant moeten we op?"

"Ik heb geen bereik, dus ik weet het niet, Google Maps doet het niet hier," zegt Chris. Wat nu? Er is geen mens te bekennen en ze zien ook nergens een huis. Het begint al te schemeren en ze zijn behoorlijk moe. 

Net als ze besluiten om dan maar op goed geluk een kant op te gaan, horen ze in de verte een motor. Er komt een traktor aan. 


 Chris stapt op de weg en steekt aarzelend zijn hand op. 

De traktor stopt en er stapt een oudere man uit. "Waar moeten jullie naartoe, jongelui?"

"Heidepad 1," zegt Chris. "Weet u welke kant we op moeten?" 

"Heidepad? Wat hebben jullie daar te zoeken? Wilde je ouwe Gerda opzoeken? Dan ben je te laat, m'n jongen, die is vorig jaar overleden. Het spijt me."

"Nee nee, wij hebben dat huis gekocht. Via Funda."


"Ah, jullie worden onze nieuwe overburen! Welkom in Zilvermeer dan maar. Ik ben Gerrit Turf. Maar heb je geen auto? Die heb je hier wel nodig hoor." De man moet een beetje lachen als hij dat zegt. Chris voelt zich wat ongemakkelijk. 

"In de advertentie stond dat er een auto bij het huis hoorde."

"Een auto bij het huis... ja, dat is zo. Maar of die zal rijden... Ben je een beetje technisch? Weet je wat? Stap maar in, ik moet toch die kant uit. Willen jullie daar vanavond gaan slapen dan? Het staat al een tijdje leeg hoor. "

Christoffel en Selma klimmen in de traktor. Het is wel een beetje krap met zijn drieën en Gerrit heeft zo te ruiken hard gewerkt vandaag. Op een mesthoop of zo? Hij praat honderduit. 

"We zien hier niet vaak andere mensen, we wonen nogal geïsoleerd. Ik heb een zoon van jullie leeftijd, Keesje, hij vindt het vast leuk om vrienden met jullie te worden. Keesje doet soms een beetje raar, daar moet je maar niet op letten. Als kind is hij namelijk door een paard getrapt tegen zijn hoofd. Mijn vrouw heet Magdalena, maar je kan gewoon Maggie zeggen hoor. Ze heeft vast nog wel iets in de vriezer liggen voor jullie. Ik heb vorige week een hert geschoten en dat krijgen we allemaal toch niet op. Ik neem aan dat jullie geen eten meegenomen hebben? Ik zie alleen twee koffers."

"Dank u dat is heel aardig van u. Maar we bestellen wel een pizza voor vanavond en morgen gaan we even boodschappen doen."

Daar moet Gerrit hartelijk om lachen. "Een pizza? Waar wil je die vandaan laten komen? Uit de stad? Dan is hij overmorgen wel hier denk ik. En boodschappen doen dat doe je hier niet zomaar. Er is een markt op iedere derde zaterdag van de maand. Op het plein naast de kerk."

Chris bedenkt dat hij niet eens bereik heeft op zijn telefoon, dus ja pizza? Dat gaat niet lukken. Hij hoopt dat ze bij hun nieuwe woning wel bereik hebben. Anders wordt het wel lastig. Hij zegt tegen Gerrit dat hij toch wel wat van dat hert zou willen hebben. 

1. De familie Vroeghindeweij

Selma en Christoffel Vroeghindeweij zijn al jong getrouwd. Ze wonen in een eenvoudig flatje in de stad. Het valt niet mee om iedere maand de huur op te brengen. Christoffel verdient maar heel weinig als magazijnbediende bij een handel in autobanden. En Selma is schoonmaakster in een ziekenhuis. 

 Het is iedere maand weer puzzelen om alle rekeningen te kunnen voldoen. 

Als Selma uit haar werk komt, is ze vaak doodop. 

En dan komt Christoffel ook nog thuis met de mededeling dat hij is ontslagen. Voor de zoveelste keer. Het lukt hem kennelijk niet om het lang vol te houden bij dezelfde baas. 

In plaats van ander werk te zoeken brengt hij hele dagen door voor de televisie of hij speelt spelletjes op zijn computer. Dit tot grote ergernis van Selma. De rekeningen stapelen zich op. En de koelkast is leeg. 

Maar een ongeluk komt nooit alleen. Er breekt brand uit en de flat is onbewoonbaar. Ze zijn al hun spulletjes kwijt en trekken tijdelijk bij de moeder van Selma in. Die heeft maar een heel klein huisje en ze slapen op de bank. Ze krijgen er allebei pijn in hun rug van. En het gemopper van Selma's moeder dat Chris maar een nietsnut is, die niet eens de kost kan verdienen, maakt het niet gezelliger in huis. 

Er komt een brief van de verzekeringsmaatschappij, ze krijgen $20.000 als vergoeding voor hun verloren inboedel. Dat is natuurlijk bij lange na niet genoeg om opnieuw te beginnen. 

Maar dan leest Chris iets in de krant: 

BOERDERIJ TE KOOP

Vraagprijs: $ 20.000 

Karakteristieke boerderij met stal en moestuin, compleet gemeubileerd in originele stijl. In rustige omgeving, gelegen aan een visrijke beek. Heeft wat achterstallig onderhoud. Een ideale kans voor de handige doe-het-zelver. 

"Sel, dit is onze kans! We gaan op het platteland wonen en boer worden. Dan hoeven we niet meer te werken. We knappen het een beetje op, verbouwen onze eigen groenten en vangen wat visjes. Wat vind je ervan?"

Selma is meteen enthousiast. "Dan ga ik hondjes fokken, dat heb ik altijd al gewild!"

Ze besluiten meteen te bellen en ongezien kopen ze het huis, gelegen aan het Heidepad 1 in Zilvermeer. Nu nog zien hoe ze er moeten komen. Dat blijkt nog niet zo gemakkelijk. Er staat ze een treinreis van zes uur te wachten en daarna moeten ze nog met een bus. Maar dat gaat helemaal goed komen. Ze pakken meteen hun koffers, veel spullen hebben ze niet, dus dat is zo gedaan, waarna ze afscheid nemen van Selma's moeder, nadat ze haar hartelijk bedankt hebben voor de genoten gastvrijheid. Christoffel probeert hierbij niet al te schijnheilig te kijken. Hij een nietsnut? Ha! Ze zal eens zien hoe hij met zijn twee rechterhanden een boerenbedrijfje gaat opzetten!