2. Aankomst in Zilvermeer

Na een lange bus- en treinreis komen Selma en Christoffel aan in Zilvermeer. Ze stappen uit de bij de enige bushalte, die middenin een bos blijkt te staan.

"Ik ga een taxi bellen," zegt Chris. Hij kijkt op zijn telefoon en ontdekt dat hij geen bereik heeft. 


 "Misschien kunnen we er naartoe lopen," zegt Selma, "de koffers zijn niet zo heel zwaar. Welke kant moeten we op?"

"Ik heb geen bereik, dus ik weet het niet, Google Maps doet het niet hier," zegt Chris. Wat nu? Er is geen mens te bekennen en ze zien ook nergens een huis. Het begint al te schemeren en ze zijn behoorlijk moe. 

Net als ze besluiten om dan maar op goed geluk een kant op te gaan, horen ze in de verte een motor. Er komt een traktor aan. 


 Chris stapt op de weg en steekt aarzelend zijn hand op. 

De traktor stopt en er stapt een oudere man uit. "Waar moeten jullie naartoe, jongelui?"

"Heidepad 1," zegt Chris. "Weet u welke kant we op moeten?" 

"Heidepad? Wat hebben jullie daar te zoeken? Wilde je ouwe Gerda opzoeken? Dan ben je te laat, m'n jongen, die is vorig jaar overleden. Het spijt me."

"Nee nee, wij hebben dat huis gekocht. Via Funda."


"Ah, jullie worden onze nieuwe overburen! Welkom in Zilvermeer dan maar. Ik ben Gerrit Turf. Maar heb je geen auto? Die heb je hier wel nodig hoor." De man moet een beetje lachen als hij dat zegt. Chris voelt zich wat ongemakkelijk. 

"In de advertentie stond dat er een auto bij het huis hoorde."

"Een auto bij het huis... ja, dat is zo. Maar of die zal rijden... Ben je een beetje technisch? Weet je wat? Stap maar in, ik moet toch die kant uit. Willen jullie daar vanavond gaan slapen dan? Het staat al een tijdje leeg hoor. "

Christoffel en Selma klimmen in de traktor. Het is wel een beetje krap met zijn drieën en Gerrit heeft zo te ruiken hard gewerkt vandaag. Op een mesthoop of zo? Hij praat honderduit. 

"We zien hier niet vaak andere mensen, we wonen nogal geïsoleerd. Ik heb een zoon van jullie leeftijd, Keesje, hij vindt het vast leuk om vrienden met jullie te worden. Keesje doet soms een beetje raar, daar moet je maar niet op letten. Als kind is hij namelijk door een paard getrapt tegen zijn hoofd. Mijn vrouw heet Magdalena, maar je kan gewoon Maggie zeggen hoor. Ze heeft vast nog wel iets in de vriezer liggen voor jullie. Ik heb vorige week een hert geschoten en dat krijgen we allemaal toch niet op. Ik neem aan dat jullie geen eten meegenomen hebben? Ik zie alleen twee koffers."

"Dank u dat is heel aardig van u. Maar we bestellen wel een pizza voor vanavond en morgen gaan we even boodschappen doen."

Daar moet Gerrit hartelijk om lachen. "Een pizza? Waar wil je die vandaan laten komen? Uit de stad? Dan is hij overmorgen wel hier denk ik. En boodschappen doen dat doe je hier niet zomaar. Er is een markt op iedere derde zaterdag van de maand. Op het plein naast de kerk."

Chris bedenkt dat hij niet eens bereik heeft op zijn telefoon, dus ja pizza? Dat gaat niet lukken. Hij hoopt dat ze bij hun nieuwe woning wel bereik hebben. Anders wordt het wel lastig. Hij zegt tegen Gerrit dat hij toch wel wat van dat hert zou willen hebben.