Bij de familie Turf worden de nieuwe buren besproken.
"Wat zijn het voor mensen, Gerrit?" vraagt Maggie. "Jongelui uit de stad die van toeten noch blazen weten." zegt Gerrit. "Ik denk niet dat die het hier gaan redden, zeker niet nu de winter al voor de deur staat. Ze hebben geen idee waar ze aan beginnen. Ze willen honden gaan fokken en hun eigen eten verbouwen. Ze hebben niet eens een kas. In de sneeuw zal er niets groeien. Stel je voor, ze kwamen hier aan en ze hadden niets bij zich, alleen twee kleine koffers met kleren. Het is maar goed dat ik ze opgepikt heb, anders zouden ze verhongeren. Die zijn binnen een maand weer vertrokken.""Maar dat zou heel jammer zijn," zegt Maggie, "ze zijn van Keesje's leeftijd, het is niet goed voor die jongen om altijd tussen de oude mensen te zitten. We moeten ze een beetje op weg helpen. Zei je niet dat ze hondjes wilden gaan fokken? Kees, breng jij vanmiddag Brutus en Lucretia maar naar ze toe. Dat zijn goede waakhonden. "
"Die mevrouw is zooo mooi! Ze heeft zulke mooie haren. Ik mocht er niet aanzitten, zei ze. Maar misschien wil ze wel met me trouwen, ik ga het morgen vragen, als ik durf," zegt Kees."Kees! Die mevrouw is getrouwd, die heeft al een man. En je mag niet aan haar komen. Zul je je wel gedragen? Zo heb ik je niet opgevoed! En als je die honden brengt, vraagt dan meteen wat ze bedoelt met dat tikkie of blikkie, want ik kan niets bedenken wat dat zou kunnen zijn. Misschien een stadse term die wij hier niet kennen. En Gerrit, regel jij dat er iemand komt helpen met die oude auto van Gerda, ze hebben vervoer nodig en dat ding ligt helemaal uit elkaar."