Inmiddels is het helemaal donker. Ze komen aan bij de boerderij van Gerrit. Hij gaat naar binnen en komt even later terug met een pannetje. "Alsjeblieft, dan heb je vanavond wat te eten. Alleen even opwarmen, zegt Maggie. En morgen stuurt ze Keesje langs met wat boodschappen voor jullie."
Wat verder op de weg zou dan het nieuwe huis moeten staan, maar ze zien niet veel in het donker. Ze bedanken Gerrit hartelijk en bij het licht van hun telefoons lopen ze de oprijlaan op. Het huis ziet er uit of het wel een likje verf kan gebruiken.
De sleutel ligt onder een bloempot. De deur gaat knarsend open en een onprettige geur komt hen tegemoet. Binnen is het klammig en overal hangen spinnenwebben. Selma drukt op alle lichtknopjes maar het blijft aardedonker. Gelukkig zijn er wel overal kaarsen. In de keukenla vinden ze een doosje lucifers en na lang proberen blijft er eentje branden. Selma probeert het gas aan te steken. Eerst komt er een steekvlam, maar dan gaat het toch eindelijk branden. "Wat zou erin zitten?" vraagt Chris, "Gebakken stinkdieren? Ratten?""Het ruikt anders best lekker," zegt Selma.
Bij kaarslicht eten ze hun eten, van ietwat stoffige bordjes, want er blijkt ook geen water uit de kraan te komen. Maar het smaakt verrassend goed, dit stoofpotje van hertenvlees van de buren.
Het lukt Chris om de kachel aan de praat te krijgen en dan voelt het al wat prettiger aan. "Morgen gaan we de hoofdschakelaar zoeken, laten we nu maar eerst gaan slapen," zegt Selma. Ze is zo moe. Het bed in de slaapkamer blijkt echter zo stoffig dat ze besluiten maar op de bank te slapen. Bij de kachel is het ook wel zo behaaglijk. Alles is koud, klam en stoffig.
De volgende morgen wordt Selma wakker. Alweer met kramp in haar rug. Maar ze besluit om straks alles goed te luchten en een grote schoonmaak te houden. Chris is nergens te vinden. Misschien is hij al op zoek naar de hoofdschakelaar?
Selma loopt naar de keuken en schrikt zich een ongeluk. Er staat een grote vreemde man in de keuken. Het blijkt "Keesje" te zijn.
Kees staart haar aan op een manier die knap ongemakkelijk voelt. Maar de mand is gevuld met heel veel boodschappen. Vers brood, kaas, ham, spek, eieren, meel, suiker, zout, en er is ook een grote mand met appelen."Ma vraagt of je nog meer nodig hebt," zegt Kees.
"Nee, dank je wel, dit is geweldig! Vraag je moeder maar om een Tikkie te sturen."
Zonder verder iets te zeggen loopt Kees weg.
Selma doet een deur open en komt in een ruimte waar een wasmachine en een droger staan. Er moet dus toch echt wel stroom zijn in dit huis. De grootste verrassing is wel dat er een enorme voorraad blikjes en potten staat. Ook de kasten staan vol. Er is dus genoeg te eten voorlopig, dat is al een zorg minder.
Ze hoort buiten Kees druk praten en neemt een kijkje wat er aan de hand is. Maar wat blijkt? Kees staat tegen een boom te praten. Het schijnt een geanimeerd gesprek te zijn. Wat een rare snuiter. En daar is Chris. Hij vraagt aan Kees waar de hoofdschakelaar is. Dat weet Kees gelukkig wel. In de schuur is een kastje en zowaar, even later is er licht. En water ook. Selma gaat meteen aan de schoonmaak. Eerst maar eens die vieze keuken onder handen nemen. En het bed moet afgehaald, alles moet gelucht, en waar is Chris als je hem nodig hebt? Ze kijkt uit het raam. Chris staat te vissen. Dat heeft nu niet echt de eerste prioriteit. "Chris! Ik heb je hier nodig!"Chris komt eraan. "We moeten toch eten vanavond? Ik dacht, ik vang even een visje. Er stond een hengel in die schuur. Maar ze willen nog niet erg bijten. "
"Kom eens kijken, we hebben voorlopig genoeg te eten. Zullen we eerst maar eens ontbijten? En dan moeten we echt alles eens goed schoonmaken, zodat we vanavond een beetje beter kunnen slapen."
Ondertussen is Kees weer naar huis gegaan. "En, heb je gevraagd of ze verder nog iets nodig hebben?" vraagt zijn moeder.
"Ja, die mooie mevrouw wil een tikkie, zei ze," zegt Kees.
"Een wat? Een blikje misschien? Met wat erin dan?" Maggie snapt er niet veel van. Wat hebben die stadse mensen toch een rare dingen.